#AVG

23 september 2026

Het was zo gezellig en nu ben ik hem kwijt, wie kent hem?

“We hadden een gezellige middag samen en ik ben hem nu kwijt. Wie kent hem?”

Het klinkt misschien onschuldig. Iemand is op zoek naar een persoon die hij of zij kent en plaatst daarom een foto op Facebook. Maar wat als die persoon helemaal niet gevonden wil worden?

Dat is de vraag die mij de afgelopen dagen opnieuw bezighield. Ik zag een levensgrote foto van iemand op Facebook verschijnen, met daarbij een oproep om deze persoon te vinden. Toen ik erop wees dat hier privacyrechtelijke regels bij komen kijken, werd als argument aangevoerd dat de AVG ruimte zou bieden wanneer iemand een “gerechtvaardigd belang” heeft. Daar zit een belangrijk misverstand.

De AVG kent geen vrijbrief omdat je iemand wil vinden

Het feit dat iemand een belang heeft, betekent niet automatisch dat hij daarom persoonsgegevens mag publiceren.

De Autoriteit Persoonsgegevens legt uit dat voor een beroep op de grondslag gerechtvaardigd belang aan drie voorwaarden moet worden voldaan:

  1. er moet daadwerkelijk sprake zijn van een gerechtvaardigd belang;
  2. de verwerking moet noodzakelijk zijn om dat belang te behartigen;
  3. er moet een belangenafweging worden gemaakt tussen het belang van degene die de gegevens verwerkt en de belangen, rechten en vrijheden van de persoon van wie de gegevens worden verwerkt.

Bij die noodzakelijkheid moet bovendien worden gekeken of hetzelfde doel op een minder ingrijpende manier kan worden bereikt. De AP noemt daarbij onder meer de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit.

Een persoonlijke wens om iemand terug te vinden is dus niet automatisch voldoende.

Een herkenbare foto is een persoonsgegeven

Ook een foto valt onder de privacyregels wanneer iemand daarop herkenbaar is.

De Autoriteit Persoonsgegevens zegt daarover heel duidelijk dat foto’s en video’s waarop mensen herkenbaar in beeld zijn, persoonsgegevens zijn. Het publiceren daarvan mag niet zomaar. Zodra beelden bijvoorbeeld op een openbare Facebookpagina worden geplaatst, is de uitzondering voor persoonlijk of huishoudelijk gebruik niet meer van toepassing en is een grondslag uit de AVG nodig.

Dat is een belangrijk verschil.

Een foto maken tijdens een gezellige middag is iets anders dan die foto vervolgens openbaar op Facebook zetten met de vraag:

“Wie kent deze persoon en waar kan ik hem of haar vinden?”

Met die publicatie geef je namelijk niet alleen een foto prijs. Je zet ook een proces in gang waarbij andere mensen informatie over die persoon kunnen gaan delen.

En dát kan veel verder gaan dan degene die de oorspronkelijke oproep plaatste misschien had voorzien.

“Maar ik bedoel het toch goed?”

Dat is precies het probleem.

Bij privacy gaat het niet alleen om de intentie van degene die gegevens publiceert.

Iemand kan de beste bedoelingen hebben en toch een situatie creëren die voor de persoon op de foto zeer ongewenst of zelfs gevaarlijk is.

Stel bijvoorbeeld dat iemand schrijft:

“Ik zoek haar omdat we vroeger samen op school zaten.”

Iemand anders reageert:

“Ja, die ken ik. Ze woont volgens mij in …”

Een derde:

“Volgens mij werkt ze bij …”

En vervolgens verschijnt er misschien een telefoonnummer, een werkgever, een woonplaats of een ander stukje informatie.

Iedere afzonderlijke reactie lijkt misschien onschuldig.

Maar gezamenlijk kan het een behoorlijk compleet profiel opleveren.

Niet iedereen wil gevonden worden

En dat is iets waar we op sociale media veel te weinig bij stilstaan.

Niet iedereen die je probeert te vinden, wil gevonden worden.

Misschien heeft iemand bewust het contact met bepaalde personen verbroken.

Misschien is iemand weggegaan uit een gewelddadige relatie.

Misschien wordt iemand gestalkt.

Misschien heeft iemand om veiligheidsredenen een nieuw leven opgebouwd en zijn verblijfplaats bewust geheimgehouden.

Degene die de Facebookoproep plaatst, weet dat meestal helemaal niet.

En de mensen die vervolgens enthousiast informatie beginnen te delen, weten dat al helemaal niet.

Dat maakt een ogenschijnlijk onschuldige oproep potentieel problematisch.

De gevaren zijn niet alleen theoretisch

Het is belangrijk om hier niet onnodig paniek over te zaaien. Een Facebookoproep om iemand te vinden leidt natuurlijk niet automatisch tot stalking of geweld.

Maar het risico dat persoonsgegevens in verkeerde handen terechtkomen, is wel degelijk reëel.

Dat persoonsgegevens kunnen worden gebruikt om iemand gericht te vinden, blijkt bijvoorbeeld uit strafzaken waarin informatie over een slachtoffer beschikbaar werd gesteld aan degene die een aanslag moest uitvoeren.

In 2018 berichtte de NOS over de liquidatie van Reduan B. Volgens de berichtgeving kreeg de schutter twee dagen voor de moord informatie over het slachtoffer, waaronder een foto, adres en werktijden.

Dat voorbeeld is natuurlijk van een totaal andere orde dan een Facebookoproep over iemand met wie je een gezellige middag hebt gehad.

Maar het laat wel zien waarom het verspreiden van herkenbare foto’s en persoonsgegevens nooit volledig als iets onschuldigs kan worden beschouwd.

Denk eerst na voordat je op “plaatsen” klikt

Voordat je een foto van iemand online zet met de vraag of iemand weet wie het is of waar die persoon woont, zou ik daarom eerst een paar vragen stellen:

  1. Heb ik een geldige grondslag voor deze publicatie?
  2. Is het daadwerkelijk noodzakelijk om deze foto openbaar te maken?
  3. Kan ik mijn doel ook op een minder ingrijpende manier bereiken?
  4. Heb ik nagedacht over de mogelijke gevolgen voor de persoon op de foto?
  5. Weet ik zeker dat deze persoon gevonden wil worden?

Vooral die laatste vraag is vaak onmogelijk te beantwoorden.

En juist daarom is voorzichtigheid zo belangrijk.

Privacy gaat niet alleen over wat jij met iemands gegevens wilt doen

We leven in een tijd waarin het heel gemakkelijk is om informatie te delen.

Een foto maken kost één seconde.

Een bericht op Facebook zetten kost een paar seconden.

Maar wat daarna gebeurt, heb je niet meer volledig in de hand.

De foto kan worden gedeeld.
Iemand kan de naam erbij zetten.
Een ander kan een woonplaats noemen.
Een derde weet misschien waar die persoon werkt.

En ineens is iemand die misschien bewust onvindbaar wilde blijven, voor honderden of duizenden mensen weer vindbaar.

De Autoriteit Persoonsgegevens wijst er niet voor niets op dat gegevens die eenmaal op internet zijn geplaatst, vaak nog jarenlang vindbaar kunnen zijn en nadelige gevolgen kunnen hebben.

Daarom zou mijn advies simpel zijn:

Denk niet alleen na over waarom jij iemand wilt vinden. Denk vooral na over waarom die persoon misschien níét gevonden wil worden, want privacy betekent niet alleen dat jij zorgvuldig met jouw eigen gegevens omgaat.

Privacy betekent ook dat je zorgvuldig omgaat met de gegevens van een ander.

Meer informatie

De Autoriteit Persoonsgegevens heeft uitgebreide informatie over het publiceren van foto’s en video’s en over de grondslagen van de AVG:

Beeldmateriaal

Grondslagen AVG uitgelegd