
Vanaf 1 januari 2026 is het gedaan met het juridische grijze gebied rondom verborgen ruimtes in voertuigen. Waar deze ruimtes jarenlang een geliefd hulpmiddel waren binnen het criminele circuit, is het bezit of inbouwen ervan nu zelfstandig strafbaar. Een belangrijke stap in de aanpak van ondermijnende criminaliteit.
Met de Wet versterking strafrechtelijke aanpak ondermijnende criminaliteit II is artikel 189a Sr ingevoerd. Dit artikel stelt twee gedragingen strafbaar:
Maximale straf: 2 jaar gevangenisstraf of een boete van de derde categorie.
Verborgen ruimtes spelen een steeds grotere rol bij het transport van crimineel vermogen. De cijfers spreken voor zich:
Deze groei laat zien dat criminelen steeds professioneler worden in het verplaatsen van grote hoeveelheden contant geld buiten het zicht van autoriteiten. Door de strafbaarstelling wordt een belangrijk logistiek middel van witwassers geraakt.
Rechters zien het gebruik van verborgen ruimtes steeds vaker als een actieve handeling van verhullen binnen het witwasdelict. Logisch: een technisch ingebouwde ruimte die uitsluitend bedoeld is om detectie te voorkomen, gaat veel verder dan “gewoon iets verstoppen”.
De nieuwe wettelijke formulering “kennelijk bestemd om de opsporing van strafbare feiten te beletten of te bemoeilijken” sluit direct aan bij hoe het begrip verhullen in de witwasartikelen wordt uitgelegd.
De Hoge Raad benadrukte eerder al dat bepalend is het effect van het handelen: het doelbewust bemoeilijken van zicht op herkomst of vindplaats van criminele voorwerpen.
Het ligt voor de hand dat het plaatsen van criminele voorwerpen in een verborgen ruimte zal worden gezien als een witwashandeling onder artikel 420bis Sr. Maar hoe rechters precies met deze nieuwe strafbaarstelling omgaan, zal blijken uit de eerste uitspraken.
https://www.amlc.nl/